Opvragen strafvorderlijke gegevens
Tot voor kort leek het er op dat strafdossiers niet toegankelijk waren voor
burgers. Het Openbaar Ministerie liet uitsluitend door hen geselecteerde
journalisten deze dossiers inzien onder strikte voorwaarden of lekte deze
dossiers als het hen in een zaak goed uitkwam.
Recente jurisprudentie heeft daar een eind aan gemaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een uitspraak
van 7 november 2007 geoordeeld dat de Wet justitiële en strafvorderlijke
gegevens geen bijzondere openbaarmakingsregeling bevat die de werking van de Wob
terzijde schuift:
"De door het openbaar ministerie verwerkte gegevens moeten worden
aangemerkt als strafvorderlijke gegevens als bedoeld in artikel 1, aanhef en
onder b van de Wjsg, op de verwerking waarvan sinds 1 september 2004 titel 2A
van toepassing is. Ingevolge artikel 2, tweede lid, aanhef en onder e, van de
Wbp en naar in de wetsgeschiedenis van de wijziging van de toenmalige Wet
justitiële gegevens is bevestigd, is met het opnemen van deze titel in
laatstgenoemde wet een einde gekomen aan de toepasselijkheid van de Wbp op het
verwerken van strafvorderlijke gegevens, tenzij daarop de normen uit de Wbp in
de Wjsg uitdrukkelijk daarop van toepassing zijn verklaard (Kamerstukken II
2002/03, 28 886, nr. 3, blz. 1). Voorts blijkt uit de wetsgeschiedenis dat het
geven van algemene persvoorlichting over een strafzaak en van andere
opsporingsberichtgeving niet onder de reikwijdte van titel 2A van de Wjsg valt,
omdat dergelijke informatieverstrekking plaatsvindt op basis van de Wob
(Kamerstukken II 2002/03, 28 886, nr. 3, blz. 7). In overeenstemming hiermee
staat in de Aanwijzing voorlichting en opsporing en vervolging (Stcrt. 2006, nr.
250, blz. 19) vermeld dat het juridisch kader voor de voorlichting over
opsporing en vervolging wordt bepaald door de Wob, waarin een weigeringsgrond is
opgenomen voor de openbaarmaking van bijzondere persoonsgegevens, onder welk
begrip ingevolge artikel 16 van de Wbp onder meer strafrechtelijke gegevens
moeten worden begrepen. Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat titel 2A van
de Wjsg niet kan worden aangemerkt als een uitputtende regeling inzake
openbaarmaking." (ABRS 7
nov. 2007, LJN BB7311).
Dat houdt in dat justitiële en strafvorderlijke gegevens onder de reikwijdte
van de Wob vallen en daarmee in principe toegankelijk zijn voor iedereen.
Wel biedt de Wob uiteraard mogelijkheden om gedeelten van die dossiers te
weigeren, onder meer als dit het belang van opsporing en vervolging of de
persoonlijke levenssfeer van betrokkenen schaadt. Deze weigeringen zullen dan
echter wel zorgvuldig gemotiveerd moeten worden.
Op het moment dat een zaak is afgehandeld zal het belang van opsporing en
vervolging nauwelijks meer een rol kunnen spelen. Als de stukken dan
geanonimiseerd worden speelt de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ook
geen rol meer.
Wat zijn strafvorderlijke gegevens? Volgens de wet zijn dat "gegevens
over een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn verkregen in het kader van
een strafvorderlijk onderzoek en die het openbaar ministerie in een strafdossier
of langs geautomatiseerde weg verwerkt" (art. 1b Wjsg).
Hoe deze stukken op te vragen:
Allereerst kan dit alleen als het dossier is overgedragen aan het Openbaar
Ministerie. Als de stukken alleen bij de politie liggen zijn het nog geen
strafvorderlijke gegevens. Belangrijk is dat bij de aanvraag een bestuurlijke aangelegenheid wordt
genoemd. Dit kan een strafzaak zijn. Hierbij is aan te raden om een parketnummer
op te geven of om de zaak te
omschrijven, maar daarbij geen persoonsnamen te noemen: ‘de aanslag op 30
april 2009 in Apeldoorn, waarbij een automobilist met zijn voertuig tegen het
monument De Naald op de kruising van de Jachtlaan en de Loolaan is gebotst’.
Verder kan het verzoek de volgende passage bevatten: "Ik wil graag een afschrift aanvragen van alle documenten die zijn verkregen
in het kader van dit strafvorderlijk onderzoek en die het openbaar ministerie in
dit strafdossier of langs geautomatiseerde weg heeft verwerkt. Het gaat hier om
strafvorderlijke gegevens, als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke
gegevens. Blijkens vaste jurisprudentie van de Afdeling (ABRS 7 nov. 2007, LJN
BB7311) moet worden geoordeeld dat titel 2A van de Wjsg niet kan worden
aangemerkt als een uitputtende regeling inzake openbaarmaking.
Dat betekent dat deze gegevens onder de Wob vallen en het verzoek met
inachtneming van die wettelijke bepalingen moet worden beoordeeld.
Uiteraard kunt u deze gegevens anonimiseren. Ik verzoek u dat uitvoerig te
motiveren. Indien u gegevens, anders dan naam, geboortedag en –maand, straat
en huisnummer, postcode, telefoonnummer en BSN weigert, verzoek ik u aan te
geven hoe deze gegevens, in combinatie met de andere verstrekte gegevens, tot
identificatie van betrokkenen zouden kunnen leiden (ABRS 8 juli 2009, LJN
BJ1889)."
Het verzoek moet gericht worden aan het Openbaar Ministerie in het
betreffende arrondissement of aan de Minister van Justitie / College van
Procureurs-Generaal.
Home
Juridisch Adviesbureau Maury