11 APRIL 1994. - Wet betreffende de openbaarheid van bestuur.
(NOTA : Raadpleging tekstbijwerking tot 15-07-2000)
Bron : BINNENLANDSE ZAKEN.OPENBAAR AMBT
Publicatie : 30-06-1994
Inwerkingtreding : 01-07-1994
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Artikel 1. Deze wet is
van toepassing :
a) op de federale administratieve overheden;
b) op de administratieve overheden andere dan de federale
administratieve overheden doch slechts in de mate dat deze wet op gronden die
tot de federale bevoegdheid behoren, de openbaarheid van bestuursdocumenten
verbiedt of beperkt.
Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
1° administratieve overheid : een administratieve overheid als
bedoeld in artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
2° bestuursdocument : alle informatie, in welke vorm ook, waarover
een administratieve overheid beschikt;
3° document van persoonlijke aard : bestuursdocument dat een
beoordeling of een waardeoordeel bevat van een met naam genoemd of gemakkelijk
identificeerbaar natuurlijk persoon of de beschrijving van een gedrag waarvan
het ruchtbaar maken aan die persoon kennelijk nadeel kan berokkenen.
(4° richtlijn 90/313/EEG: de richtlijn 90/313/EEG van de Raad, van
7 juni 1990, inzake de vrije toegang tot milieu-informatie;
5° bestuursdocument inzake milieu : alle beschikbare informatie in
geschreven, visuele, auditieve of geautomatiseerde vorm betreffende de toestand
van water, lucht, bodem, fauna, flora, akkers en natuurgebieden, betreffende
activiteiten (met inbegrip van activiteiten die hinder veroorzaken, zoals
lawaai) en maatregelen die hierop een ongunstig effect hebben of waarschijnlijk
zullen hebben, en betreffende beschermende activiteiten en maatregelen ter zake,
met inbegrip van bestuursrechtelijke maatregelen en milieubeheersprogramma's.)
<W 2000-06-26/37, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 15-07-2000>
HOOFDSTUK II. - Actieve
openbaarheid.
Art. 2. Met
het oog op een duidelijke en objectieve voorlichting van het publiek over het
optreden van de federale administratieve overheden :
1° bepaalt de Koning, bij een in Ministerrad overlegd besluit, de
organisatie en de opdrachten van de federale voorlichtingsdienst alsmede de
federale administratieve overheden die ertoe gehouden zijn een gespecialiseerde
instantie te belasten met de conceptie en de realisatie van het
informatiebeleid;
2° publiceert elke federale administratieve overheid een document
met de beschrijving van haar bevoegdheden en haar interne organisatie; dit
document wordt ter beschikking gesteld van eenieder die erom vraagt;
3° vermeldt elke briefwisseling uitgaande van een federale
administratieve overheid de naam, de hoedanigheid, het adres en het
telefoonnummer van degene die meer inlichtingen kan verstrekken over het
dossier;
4° vermeldt elk document waarmee een beslissing of een
administratieve handeling met individuele strekking uitgaande van een federale
administratieve overheid ter kennis wordt gebracht van een bestuurde, de
eventuele beroepsmogelijkheden, de instanties bij wie het beroep moet worden
ingesteld en de geldende vormen en termijnen; bij ontstentenis neemt de
verjaringstermijn voor het indienen van het beroep geen aanvang.
Art. 3. De
vergoedingen die eventueel worden aangerekend voor het ter beschikking stellen
van de in artikel 2, 1° en 2°, bedoelde informatie mogen de kostprijs niet
overtreffen.
HOOFDSTUK III. - Passieve
openbaarheid.
Art. 4. Het
recht op het raadplegen van een bestuursdocument van een federale
administratieve overheid en op het ontvangen van een afschrift van het document
bestaat erin dat eenieder, volgens de voorwaarden bepaald in deze wet, elk
bestuursdocument ter plaatse kan inzien, dienomtrent uitleg kan krijgen en
mededeling in afschrift ervan kan ontvangen.
Voor documenten van persoonlijke aard is vereist dat de verzoeker
van een belang doet blijken.
De Koning kan de bemiddeling door de gemeentebesturen regelen voor
de raadpleging of de verbetering van documenten op grond van deze wet.
Art. 5.
Inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument geschiedt op
aanvraag. De vraag vermeldt duidelijk de betrokken aangelegenheid en, waar
mogelijk, de betrokken bestuursdocumenten en wordt schriftelijk gericht aan de
bevoegde federale administratieve overheid, ook wanneer deze het document in een
archief heeft neergelegd.
Wanneer de vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift is
gericht tot een federale administratieve overheid die het bestuursdocument niet
onder zich heeft, stelt deze de verzoeker daarvan onverwijld in kennis en deelt
hem de benaming en het adres mede van de administratieve overheid die naar haar
informatie het document onder zich heeft.
De federale administratieve overheid houdt een register bij van de
schriftelijke aanvragen, volgens datum van ontvangst.
Art. 6. § 1.
Een federale of niet-federale administratieve overheid wijst de vraag om inzage,
uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument af, wanneer zij heeft
vastgesteld dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming
van een van de volgende belangen :
1° de veiligheid van de bevolking;
2° de fundamentele rechten en vrijheden van de bestuurden;
3° de federale internationale betrekkingen van België;
4° de openbare orde, de veiligheid of de verdediging van het land;
5° de opsporing of vervolging van strafbare feiten;
6° een federaal economisch of financieel belang, de munt of het
openbaar krediet;
7° het uit de aard van de zaak vertrouwelijk karakter van de
ondernemings- en fabricagegegevens die aan de overheid zijn meegedeeld;
8° de geheimhouding van de identiteit van de persoon die het
document of de inlichting vertrouwelijk aan de administratieve overheid heeft
meegedeeld ter aangifte van een strafbaar of strafbaar geacht feit.
§ 2. Een federale of niet-federale administratieve overheid wijst
de vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument,
die met toepassing van deze wet is gedaan, af, wanneer de openbaarmaking van het
bestuursdocument afbreuk doet :
1° aan de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met
de inzage, de uitleg of de mededeling in afschrift heeft ingestemd;
2° aan een bij wet ingestelde geheimhoudingsverplichting;
3° aan het geheim van de beraadslagingen van de federale Regering
en van de verantwoordelijke overheden die afhangen van de federale uitvoerende
macht, of waarbij een federale overheid betrokken is.
(§ 2bis. De uitzonderingsgronden bedoeld in § 1, 6°, en in § 2,
2°, kunnen niet ingeroepen worden door een federale administratieve overheid
die bestuursdocumenten inzake milieu bezit.) <W 2000-06-26/37, art. 3, 003; Inwerkingtreding
: 15-07-2000>
§ 3. Een federale administratieve overheid mag een vraag om inzage,
uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument afwijzen in de mate
dat de vraag :
1° een bestuursdocument betreft waarvan de openbaarmaking, om reden
dat het document niet af of onvolledig is, tot misvatting aanleiding kan geven;
2° een advies of een mening betreft die uit vrije wil en
vertrouwelijk aan de overheid is meegedeeld;
3° kennelijk onredelijk is;
4° kennelijk te vaag geformuleerd is.
§ 4. Wanneer in toepassing van de §§ 1 tot 3 een bestuursdocument
slechts voor een deel aan de openbaarheid moet of mag worden onttrokken, wordt
de inzage, de uitleg of de mededeling in afschrift tot het overige deel beperkt.
§ 5. De federale administratieve overheid die niet onmiddellijk op
een vraag om openbaarheid kan ingaan of ze afwijst, geeft binnen een termijn van
dertig dagen na ontvangst van de aanvraag aan de verzoeker kennis van de redenen
van het uitstel of de afwijzing. In geval van uitstel kan de termijn nooit met
meer dan vijftien dagen worden verlengd.
Bij ontstentenis van een kennisgeving binnen de voorgeschreven
termijn, wordt de aanvraag geacht te zijn afgewezen.
(In afwijking van het eerste en tweede lid en krachtens artikel 3,
§ 4, van de richtlijn 90/313/EEG, geeft de federale administratieve overheid
waarbij een aanvraag tot openbaarheid betreffende bestuursdocumenten inzake
milieu die zij bezit, aanhangig gemaakt wordt, een uitdrukkelijk antwoord binnen
een niet verlengbare termijn van zestig dagen vanaf de ontvangst van de
aanvraag. In geval van afwijzing deelt de federale administratieve overheid de
redenen voor haar beslissing mee aan de aanvrager, uiterlijk bij het verstrijken
van die termijn. De redenen moeten in elk geval samen met de beslissing tot
afwijzing meegedeeld worden.) <W 2000-06-26/37, art. 3, 003; Inwerkingtreding
: 15-07-2000>
Art. 7.
Wanneer een persoon aantoont dat een bestuursdocument van een federale
administratieve overheid onjuiste of onvolledige gegevens bevat die hem
betreffen, is die overheid ertoe gehouden de nodige verbeteringen aan te brengen
zonder dat het de betrokkene iets kost. De verbetering geschiedt op
schriftelijke aanvraag van de betrokkene, onverminderd de toepassing van een
door of krachtens de wet voorgeschreven procedure.
De federale administratieve overheid die niet onmiddellijk op een
aanvraag om verbetering kan ingaan of ze afwijst, geeft binnen zestig dagen na
ontvangst van de aanvraag aan de verzoeker kennis van de redenen van het uitstel
of de afwijzing. In geval van uitstel kan de termijn niet met meer dan dertig
dagen worden verlengd. Bij ontstentenis van kennisgeving binnen de gestelde
termijn, wordt de aanvraag geacht te zijn afgewezen.
Wanneer de vraag is gericht tot een federale administratieve
overheid die niet bevoegd is om de verbeteringen aan te brengen, stelt deze de
verzoeker daarvan onverwijld in kennis en deelt hem de benaming en het adres mee
van de overheid die naar haar informatie daartoe bevoegd is.
Art. 8. § 1.
Er wordt een Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten opgericht.
De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit de
samenstelling en de werkwijze van de Commissie.
§ 2. Wanneer de verzoeker moeilijkheden ondervindt om de
raadpleging of de verbetering van een bestuursdocument te verkrijgen op grond
van deze wet, (met inbegrip van het geval van uitdrukkelijke beslissing tot
afwijzing bedoeld in artikel 6, § 5, derde lid,) kan hij een verzoek tot
heroverweging richten tot de betrokken federale administratieve overheid.
Terzelfdertijd verzoekt hij de Commissie een advies uit te brengen. <W
2000-06-26/37, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 15-07-2000>
De Commissie brengt haar advies ter kennis van de verzoeker en van
de betrokken federale administratieve overheid binnen een termijn van dertig
dagen na ontvangst van het verzoek. Bij ontstentenis van kennisgeving binnen de
voorgeschreven termijn wordt aan het advies voorbijgegaan.
De federale administratieve overheid brengt binnen vijftien dagen na
ontvangst van het advies of na verloop van de termijn waarbinnen kennis moest
worden gegeven van het advies, haar beslissing tot inwilliging of afwijzing van
het verzoek tot heroverweging ter kennis van de verzoeker (en van de Commissie).
Bij ontstentenis van kennisgeving binnen de voorgeschreven termijn, wordt de
overheid geacht een beslissing tot afwijzing te hebben genomen. <W
1998-06-25/47, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 04-09-1998>
Tegen deze beslissing kan de verzoeker beroep instellen
overeenkomstig de wetten op de Raad van State, gecoördineerd bij koninklijk
besluit van 12 januari 1973. Het beroep bij de Raad van State is in voorkomend
geval vergezeld van het advies van de Commissie.
§ 3. De Commissie kan eveneens worden geraadpleegd door een
federale administratieve overheid.
§ 4. De Commissie kan op eigen initiatief advies verstrekken
betreffende de algemene toepassing van de wet op de openbaarheid
van bestuur.
Ze kan aan de wetgevende macht voorstellen doen in verband met de toepassing en
de eventuele herziening van deze wet.
Art. 9.
Wanneer de vraag om openbaarheid betrekking heeft op een bestuursdocument van
een federale administratieve overheid waarin een auteursrechtelijk beschermd
werk is opgenomen, is de toestemming van de maker of van de persoon aan wie de
rechten van deze zijn overgegaan niet vereist om ter plaatse inzage van het
document te verlenen of uitleg erover te verstrekken.
Een mededeling in afschrift van een auteursrechtelijk beschermd werk
is niet toegestaan dan met voorafgaande toestemming van de maker of van de
persoon aan wie de rechten van deze zijn overgegaan.
In ieder geval wijst de overheid op het auteursrechtelijk beschermd
karakter van het betrokken werk.
Art. 10. De
in toepassing van deze wet verkregen bestuursdocumenten mogen niet verspreid,
noch gebruikt worden voor commerciële doeleinden.
Art. 11.
De bepalingen van deze wet zijn mede van toepassing op de bestuursdocumenten die
door een federale administratieve overheid in een archief zijn neergelegd.
De beheerder van een federaal archief is ertoe gehouden zijn
medewerking te verlenen aan de toepassing van deze wet.
De in artikel 6 bedoelde uitzonderingsgronden houden op van
toepassing te zijn na het verstrijken van de termijn welke voor de geheimhouding
van het betrokken archief is bepaald.
De eerste drie leden zijn niet van toepassing op het Algemeen
Rijksarchief of het Rijksarchief in de Provinciën, voor wie de wettelijke
bepalingen betreffende de Archieven onverminderd van toepassing blijven.
Art. 12.
Het ontvangen van een afschrift van een bestuursdocument kan worden onderworpen
aan het betalen van een vergoeding waarvan de Koning het bedrag vaststelt.
HOOFDSTUK IV. -
Slotbepalingen.
Art. 13.
Deze wet doet geen afbreuk aan de wetsbepalingen die in een ruimere openbaarheid van bestuur
voorzien.
Art. 14. Deze wet treedt in
werking op de datum die de Koning bepaalt en ten laatste zes maand na de
bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 11 april 1994.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken en Ambtenarenzaken,
L. TOBBACK
Met 's Lands zegel gezegeld,
De Minister van Justitie,
M. WATHELET