30 MAART 1995. - Ordonnantie betreffende de openbaarheid van bestuur.
(NOTA : tekstbijwerking tot 30-03-2004).
Bron : BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 23-06-1995
Inwerkingtreding : 01-01-1995
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Artikel 1. Deze ordonnantie
regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Art. 2. Deze
ordonnantie is van toepassing op :
1° de administratieve overheden welke afhangen van het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest, hierna "gewestelijke administratieve overheden"
te noemen;
2° de administratieve overheden welke niet afhangen van het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hierna "niet-gewestelijke administratieve
overheden" te noemen, doch slechts in de mate dat deze ordonnantie op
gronden die tot de bevoegdheid van het voornoemde Gewest behoren, de
openbaarheid van bestuursdocumenten verbiedt of beperkt;
3° de verenigingen van gemeenten die onderworpen zijn aan het
administratief toezicht van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en waarvan het
rechtsgebied de grenzen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet
overschrijdt; voor de toepassing van deze ordonnantie worden die verenigingen
met de "gewestelijke administratieve overheden" gelijkgesteld.
Art. 3.
Voor de toepassing van deze ordonnantie wordt verstaan onder :
1° administratieve overheid : een administratieve overheid bedoeld
in artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
2° bestuursdocument ; alle informatie, in welke vorm ook, waarover
een administratieve overheid beschikt;
3° document van persoonlijke aard : bestuursdocument dat een
beoordeling of een waardeoordeel bevat van een met naam genoemd of gemakkelijk
identificeerbaar natuurlijk persoon of de beschrijving van een gedrag waarvan
het ruchtbaar maken die persoon kennelijk nadeel kan berokkenen;
4° Regering : de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
HOOFDSTUK II. - Actieve
openbaarheid.
Art. 4.
Iedere gewestelijke administratieve overheid geeft een document uit met de
beschrijving van haar bevoegdheden en haar werkwijze, en stelt het ter
beschikking van eenieder die erom vraagt.
De eventueel aangerekende vergoedingen voor de afgifte van het in
het eerste lid bedoelde document, mogen de kostprijs van het document niet
overtreffen.
Art. 5. Elke
briefwisseling uitgaande van een gewestelijke administratieve overheid
vermeldt de naam, de voornaam, de hoedanigheid, het administratief adres en het
telefoonnummer van degene die meer inlichtingen over het dossier kan
verstrekken.
Art. 6. Elk
document uitgaande van een gewestelijke administratieve overheid dat een
beslissing of een bestuurshandeling met individuele strekking ter kennis brengt
aan een bestuurde, vermeld de eventuele beroepsmogelijkheden, de instanties bij
wie het beroep moet worden ingesteld en de vormen en termijnen die moeten worden
geëerbiedigd. Bij ontstentenis van deze gegevens begint de termijn voor het
indienen van het beroep niet te lopen.
Art. 7. De
Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdt een register bij van de door de
gewestelijke administratieve overheden bestelde studies dat ter beschikking van
het publiek wordt gesteld.
HOOFDSTUK III. - Passieve
openbaarheid.
Art. 8.
Eenieder kan, volgens de voorwaarden bepaald in deze ordonnantie, elk
bestuursdocument van een gewestelijke administratieve overheid ter plaatse
inzien, dienomtrent uitleg krijgen en mededeling in afschrift ervan ontvangen.
Voor documenten van persoonlijke aard is vereist dat de verzoeker
van een belang doet blijken.
Art. 9.
Inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument geschiedt op
aanvraag. De vraag vermeldt duidelijk de betrokken aangelegenheid en, waar
mogelijk, de betrokken bestuursdocumenten en wordt schriftelijk gericht aan de
bevoegde gewestelijke administratieve overheid.
Een aanvraag is onontvankelijk als :
- zij niet ondertekend is door de verzoeker;
- de naam en het adres van de verzoeker niet vermeld zijn;
- zij niet preciseert op welke wijze de informatie moet worden
verstrekt.
Zo een aanvraag niet ontvankelijk is, moet de bevoegde gewestelijke
administratieve overheid dit zo spoedig mogelijk aan de verzoeker laten weten,
mits deze in de aanvraag is geïdentificeerd.
Wanneer de vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift is
gericht tot een gewestelijke administratieve overheid die niet bevoegd is of het
bestuursdocument niet onder zich heeft, stelt deze de verzoeker daarvan
onverwijld in kennis en deelt hem de benaming en het adres mede van de
administratieve overheid die volgens haar inlichtingen bevoegd is of het
bestuursdocument onder zich heeft.
De gewestelijke administratieve overheid houdt een register bij van
de schriftelijke aanvragen volgens datum van ontvangst.
Art. 10. §
1. De gewestelijke of niet-gewestelijke administratieve overheid wijst de vraag
om inzage, uitleg, of mededeling in afschrift van een bestuursdocument af,
wanneer zij heeft vastgesteld dat het belang van de openbaarheid niet opweegt
tegen de bescherming van een van de volgende belangen :
1° de veiligheid van de bevolking;
2° de fundamentele rechten en vrijheden van de bestuurden;
3° de internationale betrekkingen van het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest;
4° de openbare orde;
5° de opsporing of vervolging van strafbare feiten;
6° een economisch of financieel belang van het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest, ook indien het behoort tot de gewestelijke aspecten van
het kredietbeleid;
7° het uit de aard van de zaak vertrouwelijke karakter van de
ondernemings- en fabricagegegevens die aan de overheid zijn meegedeeld;
8° de geheimhouding van de identiteit van de persoon die het
document of de inrichting vertrouwelijk aan de administratieve overheid heeft
meegedeeld ter aangifte van een strafbaar of strafbaar geacht feit.
§ 2. De gewestelijke of niet-gewestelijke administratieve overheid
wijst de vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een
bestuursdocument af, wanneer openbaarmaking van het bestuursdocument afbreuk
doet :
1° aan de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon
voorafgaandelijk en schriftelijk met de inzage of de mededeling in afschrift
heeft ingestemd;
2° aan een bij ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
ingestelde geheimhoudingsverplichting;
3° aan het geheim van de beraadslagingen van de Regering en van de
verantwoordelijke overheden die afhangen van de gewestelijke uitvoerende macht,
of waarbij een gewestelijke overheid betrokken is.
§ 3. De gewestelijke administratieve overheid mag een vraag om
inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument afwijzen in
de mate dat de vraag :
1° een bestuursdocument betreft waarvan de openbaarmaking, om reden
dat het document niet af of onvolledig is, tot misvatting aanleiding kan geven;
2° een advies of een mening betreft die uit vrije wil en
vertrouwelijk aan de overheid is meegedeeld;
3° kennelijk onredelijk is;
4° kennelijk te vaag geformuleerd is.
§ 4. Voor de toepassing van de §§ 1 tot 3, houdt de afwijzing van
de vraag om mededeling in afschrift van een bestuursdocument niet noodzakelijk
in dat de vraag om inzage van dit document of uitleg erover afgewezen wordt.
Art. 11.
Wanneer met toepassing van artikel 10, §§ 1 tot 3, een bestuursdocument
slechts voor een deel aan de openbaarheid moet of mag worden onttrokken, wordt
de inzage, de uitleg of de mededeling in afschrift tot het overige deel beperkt.
Art. 12.
De gewestelijke administratieve overheid die niet onmiddellijk op een vraag om
openbaarheid kan ingaan of, zelfs gedeeltelijk, afwijst, geeft binnen een
termijn van dertig dagen na ontvangst van de aanvraag aan de verzoeker kennis
van de redenen van het uitstel of de afwijzing.
In geval van uitstel kan de termijn nooit met meer dan vijftien
dagen worden verlengd.
Bij ontstentenis van een kennisgeving binnen de voorgeschreven
termijn, wordt de aanvraag geacht te zijn afgewezen.
Art. 13.
Wanneer de vraag om openbaarheid betrekking heeft op een bestuursdocument van
een gewestelijke administratieve overheid waarin een auteursrechtelijk beschermd
werk is opgenomen, is de toestemming van de maker of van de persoon aan wie de
rechten van deze zijn overgegaan niet vereist om ter plaatse inzage van het
document te verlenen of uitleg erover te verstrekken.
Een mededeling in afschrift van een auteursrechtelijk beschermd werk
is enkel toegestaan met de voorafgaande toestemming van de maker of van de
persoon aan wie de rechten van deze zijn overgegaan.
In ieder geval wijst de overheid op het auteursrechtelijk beschermd
karakter van het betrokken werk.
Art. 14.
De met toepassing van deze ordonnantie verkregen bestuursdocumenten mogen niet
worden verspreid of worden gebruikt voor commerciële doeleinden.
Art. 15.
Het ontvangen van een afschrift van een bestuursdocument kan worden onderworpen
aan het betalen van een vergoeding die de kostprijs niet mag overtreffen.
HOOFDSTUK IV. - Procedures.
Afdeling 1. - Verbetering van
onjuiste of onvolledige gegevens.
Art. 16.
Wanneer een persoon aantoont dat een bestuursdocument van een gewestelijke
administratieve overheid onjuiste of onvolledige gegevens bevat die hem
betreffen, is deze overheid ertoe gehouden de nodige verbeteringen aan te
brengen zonder dat het de betrokkene iets kost.
De verbetering geschiedt op schriftelijke aanvraag van de
betrokkene, onverminderd de toepassing van een door of krachtens de wet
voorgeschreven procedure.
Art. 17.
De gewestelijke administratieve overheid die niet onmiddellijk op een aanvraag
om verbetering kan ingaan of ze afwijst, geeft binnen zestig dagen na ontvangst
van de aanvraag aan de verzoeker kennis van de redenen van het uitstel of de
afwijzing.
In geval van uitstel kan de termijn met niet meer dan dertig dagen
worden verlengd. Bij ontstentenis van kennisgeving binnen de gestelde termijn,
wordt de aanvraag geacht te zijn afgewezen.
Art. 18.
Wanneer de vraag is gericht tot een gewestelijke administratieve overheid die
niet bevoegd is om de verbeteringen aan te brengen, stelt deze de verzoeker
daarvan onverwijld in kennis en deelt hem de benaming en het adres mee van de
overheid die naar haar informatie daartoe bevoegd is.
Afdeling 2. - Gewestelijke
Commissie voor de toegang tot de bestuursdocumenten.
Art. 19.
Er wordt, (...), een Gewestelijke Commissie voor de toegang tot
bestuursdocumenten opgericht. <ORD 2004-03-18/39, art. 25, 002; Inwerkingtreding
: 09-04-2004>
De Regering bepaalt de samenstelling en de werkwijze van de
Commissie.
Art. 20.
Wanneer de verzoeker moeilijkheden ondervindt om de raadpleging of de
verbetering van een bestuursdocument te verkrijgen op grond van deze
ordonnantie, kan hij een verzoek tot heroverweging richten tot de betrokken
gewestelijke administratieve overheid. Terzelfdertijd verzoekt hij de Commissie
een advies uit te brengen.
De Commissie brengt haar advies ter kennis van de verzoeker en van
de betrokken gewestelijke administratieve overheid binnen een termijn van dertig
dagen na ontvangst van het verzoek. Bij ontstentenis van kennisgeving binnen de
voorgeschreven termijn wordt aan het advies voorbijgegaan.
De gewestelijke administratieve overheid brengt binnen vijftien
dagen na ontvangst van het advies of na verloop van de termijn waarbinnen kennis
moest worden, gegeven van het advies, haar beslissing tot inwilliging of
afwijzing van het verzoek tot heroverweging ter kennis van de verzoeker. Bij
ontstentenis van kennisgeving binnen de voorgeschreven termijn, wordt de
overheid geacht een beslissing tot afwijzing te hebben genomen.
Art. 20bis.
<Ingevoegd bij ORD 2004-03-18/39, art. 25; Inwerkingtreding : 09-04-2004>
De Commissie spreekt zich uit over de beroepen die worden ingesteld krachtens
artikel 15 van de ordonnantie van ... inzake toegang tot milieu-informatie in
het Brussels Hoofdstedelijk Gewest binnen een termijn van dertig dagen te tellen
vanaf de eerste werkdag na ontvangst van het beroep bij aangetekende zending.
Bij ontstentenis van een beslissing binnen de voorgeschreven termijn, wordt de
toegang geacht te zijn geweigerd.
Wanneer de Commissie zich uitspreekt over beroepen als bedoeld in
het eerste lid, telt ze minstens één lid van het Brussels Instituut voor
Milieubeheer.
De Commissie brengt haar met redenen omklede en gedagtekende
beslissing met betrekking tot het beroep binnen 15 dagen na de datum waarop ze
de beslissing heeft genomen of na het verstrijken van de termijn waarbinnen de
beslissing diende te worden genomen ter kennis van de bestuursoverheid en de
aanvrager. Bij ontstentenis van een kennisgeving binnen de voorgeschreven
termijn, wordt de Commissie geacht het beroep te hebben verworpen.
Art. 21.
De Commissie kan op eigen initiatief advies verstrekken over de algemene
toepassing van de ordonnantie. Zij kan aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en
aan de Regering voorstellen doen in verband met de toepassing en de eventuele
herziening van deze ordonnantie.
De Commissie kan eveneens worden geraadpleegd door een gewestelijke
administratieve overheid.
HOOFDSTUK V. -
Slotbepalingen.
Art. 22.
Deze ordonnantie doet geen afbreuk aan de wetgevende bepalingen die in een
ruimere openbaarheid van bestuur voorzien.
Art. 23. Deze ordonnantie heeft
uitwerking met ingang van 1 januari 1995.
Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch
Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 30 maart 1995.
De Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijk Regering en Minister
van Ruimtelijke Ordening, Ondergeschikte Besturen en Tewerkstelling,
C. PICQUE
De Minister van Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe
Betrekkingen,
J. CHABERT
De Minister van Huisvesting, Leefmilieu, Natuurbehoud en
Waterbeleid,
D. GOSUIN
De Minister van Economie,
R. GRIJP
De Minister van Openbare Werken