11 JULI 1996. - Decreet betreffende de openbaarheid van bestuur (VERTALING).
Bron : FRANSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE
Publicatie :27-08-1996
Inwerkingtreding : 06-09-1996
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebieden en definitie.
Artikel 1. Dit decreet regelt een
aangelegenheid bedoeld in de artikelen 115, § 1, eerste lid, 116, § 1, 121, §
1, eerste lid, 127, 128, 129, 131, 132, 135, 137, 141 en 175 van de Grondwet
krachtens de artikelen 138 en 178 van de Grondwet.
Art. 2. Dit decreet is
van toepassing op de administratieve overheden die afhangen van de Franse
Gemeenschapscommissie - hierna genoemd "communautaire administratieve
overheden" - en op de andere administratieve overheden doch, wat deze
laatsten betreft, slechts voor zover dit decreet op gronden die tot de
bevoegdheden van de Franse Gemeenschapscommissie behoren, de openbaarheid van
bestuursdocumenten verbiedt of beperkt.
Art. 3. Voor de
toepassing van dit decreet wordt verstaan onder :
- administratieve overheid : een administratieve overheid zoals
bedoeld in artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
- bestuursdocument : alle informatie, in welke vorm ook, waarover
een administratieve overheid beschikt;
- document van persoonlijke aard : bestuursdocument dat een
beoordeling of een waardeoordeel bevat van een met naam genoemd of gemakkelijk
identificeerbaar natuurlijk persoon of de beschrijving van een gedrag waarvan
het ruchtbaar maken aan die persoon kennelijk nadeel kan berokkenen.
HOOFDSTUK II. - Actieve openbaarheid.
Art. 4. Met het oog op
een duidelijke en objectieve voorlichting van het publiek over het optreden van
de communautaire administratieve overheden :
1° stelt het College aan eenieder die erom verzoekt een document
ter beschikking met de beschrijving van zijn bevoegdheden en interne
organisatie; het bepaalt het vergoedingsbedrag dat kan worden aangerekend voor
het ter beschikking stellen van dit document zonder dat dat bedrag de kostprijs
ervan mag overtreffen.
2° vermeldt elke briefwisseling uitgaande van een communautaire
administratieve overheid de naam, de hoedanigheid, het adres en het
telefoonnummer van degene die meer inlichtingen over het dossier kan
verstrekken;
3° vermeldt de kennisgeving van elke beslissing met individuele
strekking duidelijk de eventuele beroepsmogelijkheden, de instanties bij wie het
beroep moet worden ingesteld en de geldende vormen en termijnen die moeten
worden nageleefd door de persoon die zich benadeeld acht, bij ontstentenis neemt
de verjaringstermijn voor het indienen van het beroep geen aanvang.
HOOFDSTUK III. - Recht van toegang tot
bestuursdocumenten.
Art. 5. Ieder heeft,
volgens de voorwaarden bepaald door dit decreet, het recht om een
bestuursdocument uitgaande van een communautaire administratieve overheid ter
plaatse te raadplegen of er een mededeling in afschrift van te krijgen. De
documenten van persoonlijke aard zijn evenwel slechts toegankelijk indien de
verzoeker van een belang doet blijken.
Art. 6. Het verzoek om
inzage of afschrift vermeldt de betrokken aangelegenheid en, waar mogelijk, de
betrokken bestuursdocumenten.
Het verzoek wordt schriftelijk gericht aan de bevoegde communautaire
administratieve overheid volgens de nadere regelen die zijn bepaald door het
College, zelfs indien het document in het archief is neergelegd.
Art. 7. De communautaire
administratieve overheid die het gevraagde bestuursdocument niet onder zich
heeft, stelt de verzoeker daarvan onverwijld in kennis en deelt hem de benaming
en het adres mede van de overheid die volgens haar het document onder zich
heeft.
De verzoeken worden opgetekend in een register volgens de nadere regelen die
door het College zijn bepaald.
Art. 8. § 1. De
administratieve overheid weigert in te gaan op een verzoek indien zij vaststelt
dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de volgende belangen en
dat voor zover ze onder de Franse Gemeenschapscommissie vallen :
1° de veiligheid van de bevolking;
2° de fundamentele rechten en vrijheden van de bestuurden;
3° de internationale betrekkingen;
4° de openbare orde en de veiligheidsopdrachten;
5° de opsporing of vervolging van strafbare feiten;
6° een economisch of financieel belang;
7° het uit de aard van de zaak vertrouwelijk karakter van de
ondernemings- en fabricagegegevens die aan de overheid zijn meegedeeld;
8° de geheimhouding van de identiteit van de persoon die het
document of de inlichting vertrouwelijk heeft meegedeeld ter aangifte van een
strafbaar of strafbaar geacht feit.
§ 2. De communautaire administratieve overheid mag het verzoek
afwijzen indien dit :
1° een bestuursdocument betreft waarvan de openbaarmaking om reden
dat het document niet af of onvolledig is, tot misvatting aanleiding kan geven;
2° een advies of een mening betreft die uit vrije wil en
vertrouwelijk aan de overheid is meegedeeld;
3° kennelijk onredelijk is;
4° kennelijk te vaag geformuleerd is.
§ 3. De administratieve overheid wijst het verzoek af wanneer de
openbaarmaking afbreuk doet aan :
1° de persoonlijke levenssfeer, behalve in de bij wet bepaalde
uitzonderingen;
2° een geheimhoudingsverplichting die is ingesteld bij het decreet
behorend tot de bevoegdheden van de Franse Gemeenschapscommissie;
3° het geheim van de beraadslagingen van het College, van de
verantwoordelijke overheden die afhangen van de uitvoerende macht of waarbij een
communautaire administratieve overheid betrokken is.
§ 4. Wanneer in toepassing van de §§ 1 tot 3 een bestuursdocument
slechts voor een deel aan de openbaarheid moet of mag worden onttrokken, wordt
de inzage of de mededeling in afschrift tot het overige deel beperkt.
§ 5. Van de afwijzing van een mededeling wordt kennisgegeven binnen
de dertig dagen na ontvangst van het verzoek.
Ze wordt gemotiveerd. De ontstentenis van een antwoord binnen de
termijn staat gelijk met een afwijzing van de kennisgeving.
De termijn van dertig dagen kan bij een gemotiveerde beslissing van
de administratieve overheid met vijftien dagen worden verlengd.
Art. 9. Iedereen die
aantoont dat een bestuursdocument van een communautaire administratieve overheid
onjuistheden of onvolledige gegevens bevat die op hem betrekking hebben, kan
daarvan kosteloos de verbetering verkrijgen. Deze gebeurt op schriftelijke
aanvraag van de betrokkene.
De communautaire administratieve overheid geeft binnen de zestig dagen na de
ontvangst van het verzoek kennis van de redenen van het uitstel of de afwijzing.
De ontstentenis van een antwoord binnen die termijn staat gelijk met een
afwijzing. Indien de communautaire administratieve overheid zich onbevoegd acht
om verbeteringen aan te brengen, stelt deze de verzoeker daarvan onverwijld in
kennis en deelt ze hem de overheid mee die volgens haar bevoegd is.
Art. 10. § 1. Er wordt
een Commissie voor de toegang tot de bestuursdocumenten opgericht. De
samenstelling en de werking van de Commissie worden vastgesteld door het
College.
§ 2. Wanneer de verzoeker moeilijkheden ondervindt om de inzage of
de verbetering van een bestuursdocument te verkrijgen op grond van dit decreet,
kan hij bij een ter post aangetekende brief een verzoek tot heroverweging
richten aan de betrokken communautaire administratieve overheid. Terzelfdertijd
en volgens dezelfde procedure verzoekt hij de Commissie een advies uit te
brengen.
De Commissie brengt haar advies ter kennis van de verzoeker en van de betrokken
communautaire administratieve overheid binnen de zestig dagen na de ontvangst
van het verzoek. Bij ontstentenis van kennisgeving binnen de voorgeschreven
termijn wordt aan het advies voorbijgegaan.
De communautaire administratieve overheid brengt binnen vijftien dagen na de
ontvangst van het advies van de Commissie of na verloop van de termijn
waarbinnen zij kennis moest hebben gegeven van het advies, haar beslissing tot
inwilliging of afwijzing van het verzoek tot heroverweging ter kennis van de
verzoeker.
Bij ontstentenis van kennisgeving binnen de voorgeschreven termijn wordt de
communautaire administratieve overheid geacht een beslissing tot afwijzing te
hebben genomen.
§ 3. De Commissie kan eveneens worden geraadpleegd door een
communautaire administratieve overheid.
§ 4. De Commissie kan op eigen initiatief advies verstrekken
betreffende de algemene toepassing van dit decreet.
Ze kan aan de Vergadering voorstellen doen met betrekking tot de
toepassing en de eventuele herziening ervan.
In het raam van haar opdracht kan de Commissie bij de communautaire
administratieve overheden alle documenten of uitleg opvragen die zij nuttig
acht, en deskundigen raadplegen.
Art. 11. Wanneer het
verzoek om openbaarheid betrekking heeft op een bestuursdocument van een
communautaire administratieve overheid waarin een auteursrechtelijk beschermd
werk is opgenomen, is de toestemming van de maker of van de persoon op wie de
rechten van deze zijn overgegaan niet vereist om ter plaatse inzage van het
document te verlenen of uitleg erover te verstrekken.
Het afschrift van een auteursrechtelijk beschermd werk is slechts toegestaan met
voorafgaande toestemming van de maker of van de persoon op wie de rechten van
deze zijn overgegaan. De overheid wijst in haar mededeling op het
auteursrechtelijk karakter van het werk.
Art. 12. Iedereen die
in toepassing van dit decreet een document heeft verkregen en het verspreidt of
laat verspreiden of het gebruikt of laat gebruiken voor commerciële doeleinden,
wordt bestraft met een gevangenisstraf van 8 dagen tot 1 jaar en met een boete
van 26 tot 100 frank, of met één van die straffen alleen.
Art. 13. Het
afschrift van een bestuursdocument kan worden onderworpen aan het betalen van
een vergoeding waarvan het bedrag door het College wordt vastgesteld. Dat bedrag
mag evenwel niet hoger liggen dan de kostprijs van het afschrift.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen.
Art. 14. Geen enkele
bepaling van dit decreet kan worden geïnterpreteerd als een beperking op andere
wettelijke bepalingen die voorzien in een ruimere openbaarheid.
Art. 15. Alle bepalingen van boek 1 van het
strafwetboek, hoofdstuk V uitgezonderd, maar met inbegrip van hoofdstuk VII en
artikel 85, zijn van toepassing op de overtreding waarin in dit decreet is
voorzien.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het door het Belgisch Staatsblad zal worden
bekendgemaakt.
Brussel, 11 juli 1996.
H. HASQUIN,
Voorzitter van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, bevoegd voor
Begroting, Betrekkingen met de Franse Gemeenschap en het Waals Gewest, alsook
voor Internationale Betrekkingen.
Ch. PICQUE,
Lid van het College, bevoegd voor Bijstand aan Personen.
D. GOSUIN,
Lid van het College, bevoegd voor Cultuur, Sport en Toerisme.
E. ANDRE,
Lid van het College, bevoegd voor Beroepsopleiding en Permanente Opleiding van
de Middenklasse.
E. TOMAS,
Lid van het College, bevoegd voor Gezondheid, Beroepsomscholing en Bijscholing,
Onderwijs, Sociale Promotie, Leerlingenvervoer en Openbaar Ambt